Terugblik op 70 jaar GP : hoofdstuk 1

 

De 17e editie van de A-XOC Bikers - die zal doorgaan van 5 tot 7 juli - zal zich richten op een belangrijk jubileum: 70 jaar Moto Grand Prix. De mogelijkheid om de geschiedenis van de GP decennium na decennium eens te bekijken. We beginnen bij het allereerste begin, en zelfs nog vroeger...

In 1949 organiseert de FIM het eerste wereldkampioenschap snelheid voor motoren. Op 17 juli vindt op het circuit van Spa-Francorchamps de vierde Grand Prix 500cc in de geschiedenis van de wereldkampioenschappen plaats. De eerste ging door op het Isle of Man ter gelegenheid van de beroemde Tourist Trophy (van 13 tot 15 juni). Begin juli kwamen de piloten samen in Bern (Zwitserland op 2 en 3 juli) en vervolgens werd koers gezet naar Assen (Nederland, 9 juli). De GP van Ulster (Belfast, 21 augustus) en 'der Naties' (Monza, 4 september) ronden het eerste seizoen af.

De 'Grand Prix' vinden in het begin van de jaren 1900 zowat overal in Europa plaats, maar ze zijn nog niet gegroepeerd in een kampioenschap. In 1938 kondigt de FICM (Internationale Federatie van Motorclubs, dat is de voorloper van de FIM) de oprichting aan van een Europees Kampioenschap, maar de oorlog zet een serieuze rem op het project. Het duurt nog tot lang na het conflict vooraleer de benzine weer betaalbaar wordt en een internationaal kampioenschap kan worden opgericht.

125cc, 250cc, 350cc en 500cc zijn de vier officiële 'solo'-categorieën, plus de 600cc zijspannen (vanaf 1951 vervangen door 500cc). Om de piloten te onderscheiden, wordt een puntenschaal bepaald. De top vijf wordt beloond met respectievelijk 10-8-7-6 en 5 punten. De auteur van de beste ronde in de race krijgt een bonuspunt aangeboden, maar deze regel wordt al snel afgeschaft. Nog een belangrijk detail: alleen de drie beste resultaten worden in aanmerking genomen. Het is de Brit Leslie Graham (op AJS) die aan het einde van het eerste seizoen in 500cc de titel op zijn naam mag schrijven. Hij is op dat moment 37 jaar en 341 dagen oud, wat hem tot op heden nog steeds de oudste kampioen in deze discipline ter wereld maakt... In afwachting van de tiende titel van Valentino Rossi?

Het eerste decennium van de GP wordt gedomineerd door twee grote piloten, allebei Britten: Geoff Duke (wint de titel in 1951 met Norton, in 1953, 1954 en 1955 met Gilera) en John Surtees (kampioen in 1956, 1958, 1959 en 1960 met MV Agusta ). Op vlak van de constructeurs woedt de strijd tussen de grote merken van weleer zoals AJS, BMW, Gilera, Norton, Triumph, Velocette, MV Agusta en Moto Guzzi, maar het zijn de Italiaanse fabrikanten die het meeste overwinningen behalen.

De kalender breidt zich geleidelijk aan uit, en de Grand Prix van Spanje (Barcelona Montjuic), Frankrijk (Albi, Rouen, Reims, Clermont-Ferrand), West-Duitsland (Solitude, Nürburgring, Hockenheim) en Zweden (Hedemora) worden toegevoegd. Tegelijkertijd trekken sommige landen die er als eerste bij waren zich terug. Dit is onder andere het geval voor Zwitserland, dat afziet van de organisatie van motorsportwedstrijden op haar grondgebied naar aanleiding van de tragedie van de 24 Uren van Le Mans (auto) in 1955. Dat jaar vliegt de Mercedes van Pierre Levegh van het circuit, explodeert en veroorzaakt de dood van meer dan 80 toeschouwers. Het blijft tot op heden nog steeds het meest ernstige ongeluk in de geschiedenis van de autosport.

Wordt vervolgd…